Thema Dieren/dierentuin

Vele kinderen vinden dieren erg interessant. Freek Vonk zien ze als hun voorbeeld. Dieren is natuurlijk een erg uitgebreid thema, waarin je je op allerlei soorten dieren kan richten: waterdieren, katachtigen, wilde dieren, huisdieren en nog veel meer. Op deze pagina is het thema dieren in het algemeen en de dierentuin uitgewerkt. Bijna alle kinderen zijn weleens in een dierentuin geweest. Daarom ligt dit erg dicht bij de belevingswereld. Je kunt er ook gemakkelijk functioneel rekenen en taal in verwerken.

 

Doelen:

- De kinderen weten welke dieren in een diertuin leven en welke niet

- De kinderen weten waarom er dierentuinen bestaan

- De kinderen leren over verschillende diersoorten (vissen, vogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën)

- De kinderen leren over uiterlijke kenmerken van dieren (zoals camouflage)

- De kinderen leren welke dieren gevaarlijk zijn en welke niet (en waarom)

- De kinderen weten welke beroepen er allemaal worden uitgeoefend in de dierentuin

inrichting van de hoeken

Thematafel

De thematafel kun je, net zoals bij de andere thema's, goed samen met de kinderen vullen. Het onderwerp 'dieren' leeft altijd wel bij kinderen, dus zij hebben hier vaak ook thuis veel over (bv. knuffeldieren, plastic dieren, boeken e.d.). Zie rechts voor een voorbeeld. 

Themahoek

Met de themahoek kun je van alles in dit thema. Je kunt ervoor kiezen om een bepaalde leefwereld na te bootsen, bijvoorbeeld de Jungle of de oceaan. De kinderen uit mijn groep hebben ervoor gekozen een dierentuin te bouwen. Er is een ingang waar de bezoekers kaartjes kunnen kopen. Daarnaast zijn er meerdere dierenverblijven ingericht door de kinderen, waarbij ze goed moeten kijken welke dieren bij elkaar kunnen en welke niet, en welke leefomgeving er nagebootst moet worden. De kinderen hebben knuffels van huis meegenomen die in de verblijven geplaatst zijn. Daarnaast kunnen er vele functionele reken- en taalactiviteiten opgenomen worden. De kinderen hebben bijvoorbeeld voor ieder verblijf een informatiebord gemaakt. Daarnaast betalen de kinderen met geld en lezen ze de plattegrond van de dierentuin. 

bouwhoek

In de bouwhoek kun je allerlei materialen toevoegen, zoals plastic dieren, kapla voor hekjes en poppetjes zodat de kinderen een dierentuin kunnen bouwen en er mee kunnen spelen.

TIP: Een leuke en uitdagende opdracht is om kinderen een dierentuin te laten bouwen en daarna een plattegrond te laten tekenen van de dierentuin. Een groepje andere kinderen moet de dierentuin zo precies mogelijk nabouwen. Daarna kun je een foto maken en de dierentuinen vergelijken. De plattegrond kun je naderhand ophangen in de bouwhoek, zodat hiermee verder gewerkt kan worden. 

Zandtafel

In de zandtafel kunnen de kinderen aan de slag met het bouwen van een dierentuin. Ik heb materialen uit de bouwhoek gehaald, zoals hekjes en kleine blokjes. Daarnaast heb ik plastic dieren toegevoegd en stukjes nep gras. De kinderen wilden graag een écht aquarium met water, dus ook deze heb ik toegevoegd. Zie de foto's voor een mooi voorbeeld. 

verteltafel/speeltafel

In dit thema kun je erg leuk een verteltafel maken. Het is extra leuk om dit met de kinderen op te bouwen. Dit kun je op een héle leuke manier doen: door een brief van de burgemeester. De burgemeester van Emmen wil graag een dierentuin, maar heeft geen idee hoe hij een dierentuin moet opbouwen. Hij heeft vier opdrachten opgesteld die de kinderen in stapjes moeten doen. De kinderen gaan aan de slag met het ontdekkend en proefondervindelijk leren. Bv: met welke materialen kan je het beste een hok maken voor wilde dieren, en hokken waar de mensen wel doorheen kunnen kijken. Ze komen meerdere moeilijkheden tegen. Wanneer de vier opdrachten zijn volbracht is er een hele mooie verteltafel waar de kinderen naar hartenlust kunnen spelen. Zie de foto's hieronder voor een voorbeeld per opdracht (foto 1 is opdr. 1, etc.). De brief van de burgemeester met de opdrachten kan je ook hieronder vinden.

 

Om er een verteltafel van te maken, kun je een boek voorlezen wat de kinderen kunnen uitspelen op de verteltafel. Een goed voorbeeld van een boek is 'Hoera! We gaan naar de dierentuin!' van Marianne Busser. Deze is o.a. hier te koop.  

activiteiten

creatieve activiteiten

1. Druktechniek (monoprint) met elfje 

    Met deze creatieve activiteit gaan de kinderen aan de slag met het maken van een 
    elfje. Deze activiteit wordt uitgebreid beschreven onder het kopje 'Taalactiviteiten'. 
    Na het maken van dit elfje maken de kinderen een afdruk bij hun elfje. De eerste stap 
    is het kiezen van een kleur inkt/verf dat past bij het dier. Dit rol je op een plastic plaatje
    of op de tafel (schoonmaakmiddel bij de hand!). Met een wattenstaafje tekenen de 
    kinderen het dier dat past bij hun elfje in de inkt. TIP: hard drukken en snel tekenen,
    want de inkt/verf droogt snel. Als de tekening af is leg je een papier voorzichtig op de
    inkt en rolt met een droge roller over de tekening heen. Daarna rust eraf halen, en het
    drukwerk is af! Naast het elfje hangen en je hebt een waar kunstwerk. Zie rechts voor
    voorbeelden. 

 

 

 

 

 

 

 

2. Tamponeren

     De kinderen gaan eerst op onderzoek uit. Van welk dier willen zij een kunstwerk 
     maken? Ze zoeken in boekjes en zodra ze een dier hebben gaan ze deze tekenen. Als het
     dier klaar is knippen ze het uit en leggen het op een A3-vel. Ze kiezen de kleuren verf
     die bij het uiterlijk van een dier passen, bv. geel met bruine/zwarte vlekken voor de 
     cheetah. Met een tamponeerkwast tamponeren ze rondom het uitgeknipte dier. Het 
     hele blad moet vol. Als het blad vol is getamponeerd kun je het uitgeknipte dier 
     weghalen. Nu heb je een silhouet van het dier. 

     TIP: ik heb de kinderen de naam van het dier erbij laten stempelen. De reden hiervan
     is dat niet alle kunstwerken heel erg op een bepaald dier leken. Dit is natuurlijk niet 
     erg, want het gaat om het proces. Maar voor ouders is het wel handig. Zij kunnen 
     meteen zien welk dier het is, zonder dat ze moeten raden waardoor de kinderen 
     misschien teleurgesteld kunnen worden omdat hun ouders het dier niet herkennen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

3. Tekenen

    De kinderen kiezen allemaal een dier. Deze plaatjes kun je gemakkelijk opzoeken op 
    het internet. Snij de afbeelding bij zodat je alleen een plaatje hebt van het hoofd van
    het hoofd. Plak het plaatje op een A4 papier. De kinderen tekenen het dier verder af. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4. Dieren kleien en een verblijf knutselen

    Dit is een crea waarbij meerdere stappen worden gevolgd. De kinderen starten met het
    onderzoeken welk dier ze willen kleien. Dit doen ze door in boeken te kijken. Daarna
    kleien ze het dier. Deze laten ze drogen tot de volgende dag. Dan kan het dier geverfd
    worden. Als dat klaar is, laten ze dit weer drogen. In de tussentijd maken de kinderen
    van een schoenendoos een verblijf. Om de samenwerking te stimuleren is het leuk om 
    de kinderen een maatje te laten zoeken die een dier heeft gekleid die bij hun dier in een
    verblijf past. Zoals een ijsbeer en de zeehond. Want die leven allebei op de noordpool. 
    Ze maken samen een dierenverblijf en uiteindelijk komen de gekleide dieren in het 
    dierenverblijf. Zie de foto's rechts voor voorbeelden: schildpad, wolven, hyena's,  
    zeehond en ijsbeer en een vlinder. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5. Dieren van kosteloos materiaal
     De kinderen doen eerst onderzoek naar welk dier ze willen maken en wat ze 
     ervoor nodig hebben. Ze mogen allerlei materialen gebruiken, zoals melkpakken,
     wc-rollen, eierdozen, touw e.d. Zie rechts voor enkele voorbeelden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6. Kameleons

    Om deze opdracht te doen, is het wel leuk als de kinderen wat geleerd hebben over
    kameleons. Er is een leuk digitaal prentenboek van Eric Carle - De kakelbonte kameleon.
    Deze kun je als introductie gebruiken. De kinderen hebben daarnaast ook een 
    kartonnen kameleon nodig. Deze kun je ze natuurlijk ook zelf laten maken. Ze gaan aan
    de slag met het omwikkelen van de kameleon met verschillende gekleurde touwtjes. 
    Hele goede oefening voor de motoriek en het oefenen van de kleuren. 

muziek

2 krokodillen

Bij dit lied kun je erg leuke bewegingen doen. Laat de kinderen een dier spelen. Wat ik vaak doe is de groep in tweeën delen. De ene helft zingt en klapt met het ritme mee. De andere helft zingt en doet de bewegingen. Altijd een succes. 

let's go to the zoo

Dit lied is erg leuk toe te passen in een Engels les. Je kunt heel gemakkelijk mee doen met de bewegingen waardoor de kinderen spelenderwijs de dierennamen leren. Op de website van 'Super simple songs' kun je het lied luisteren en woordkaarten downloaden die je bij een Engels les kunt gebruiken. Ook staat er een filmpje waarin wordt uitgelegd hoe je het lied het best aan kunt leren, want in het Engels is dat toch vaak wat lastiger dan in het Nederlands. Klik hier voor de link naar de website. 

Ze kunnen zeggen wat ze willen...

Een erg leuk en grappig liedje. Dit liedje kun je hier luisteren. 

rekenactiviteiten

1. Reeksen/patronen
    Reeksen is altijd een leuk onderwerp om aandacht aan te besteden. Reeksen kun je
    koppelen aan een activiteit over symmetrie en asymmetrie (voor de oudste kleuters).
    Organiseer voorafgaand aan de verwerking, bijvoorbeeld met verschillende materialen
    uit de klas in combinatie met het digibordspel die je hier kunt spelen. Vervolgens
    kunnen de kinderen die het leuk vinden (of de kinderen waarvan jij wil dat ze het doen)
    patronen in vlinders laten tekenen. Eventueel ook symmetrisch. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2. Kralenplanken

    Kralenplanken blijven een goede manier om het tellen, plaatsbepaling, patronen en 
    de fijne motoriek te oefenen. Op Pinterest zijn een heleboel mooie voorbeelden van 
    dieren te vinden. Zie rechts een aantal voorbeelden die kinderen hebben nagemaakt. 

taalactiviteiten

1. Woordveld

    Het thema dieren is natuurlijk erg breed. Een leuke startactiviteit is om de dieren eens
    op te delen in verschillende vakken. Hier heb je wel twee grote vellen papier voor 
    nodig, want er zijn veel diersoorten. We hebben de dieren opgedeeld in de volgende 
    groepen: jungledieren, woestijndieren, waterdieren, savannedieren, noord- en zuidpool
    dieren, dieren in het bos, huisdieren, insecten, dieren in de lucht, dieren op de 
    boerderij, dieren onder de grond en uitgestorven dieren. 

    Je kunt hier één groep uit kiezen die je uit gaat werken. Je kunt ook van alles wat doen.
    Aan het eind van het thema kun je kijken met de kinderen welke dieren we nu nog 
    kunnen toevoegen: wat hebben we geleerd?

 

 

 

 

 

 

 

2. Elfje

    De kinderen kunnen gemakkelijk een elfje maken. Elfjes zijn korte gedichtjes die
    bestaan uit elf woorden. De elfjes die je rechts ziet zijn gebaseerd op één dier. Het is 
    een soort raadsel. Alle elfjes zijn als volgt opgebouwd:

    1. Zin 1: 1 woord - de kleur van het dier
    2. Zin 2: 2 woorden - een uiterlijk kenmerk
    3. Zin 3: 3 woorden - bezigheid van het dier
    4. Zin 4: 4 woorden - woonplaats van het dier
    5. Zin 5: 1 woord - naam van het dier

    Kijk bij de creatieve activiteiten voor een bijpassende druktechniek. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3. Letterdetective

    De letterdetective pas je aan, aan de letter die je op dat moment in de klas uitlicht.
    Rechts is een informatie tekst te zien over krokodillen. Hieronder is een tekst te zien
    over tijgers. De kinderen gaan met een vergrootglas woorden zoeken met de letter van
    de week/letter van het thema. In dit geval kan dat de letter 'd' van dieren zijn, en de
    letter 't' van tijgers.. De kinderen kleuren het woord waar de letter 'd' in zit, dus niet
    alleen de letter. Zo leren ze ook het verschil tussen een letter, woord, zin en tekst. 

 

    TIP: als je dit uit laat voeren als een opdracht, stel een minimaal aantal woorden die
    de kinderen moeten hebben gevonden. Er zijn veel woorden in de tekst die de letter
    'd' bevatten. Er zullen kinderen zijn die alle woorden willen vinden. Er zullen ook 
    kinderen zijn die 'snel' klaar willen zijn. Stel hiervoor een duidelijke eis. 

 

gymlessen

gymles 1

gymles 2

Inleiding: Lopen op het ritme van de trommel. Introduceer de ritmes die passen bij bepaalde dieren, zoals stampen als een olifant, sluipen als een tijger, rennen als een cheetah e.d. Introduceer ze één voor één, en trommel de ritmes daarna door elkaar zonder de dieren te noemen. Laat de kinderen de juiste bewegingen erbij maken.

 

Kern 1: Tikspel. Leg 4 matten neer, 1 in elke hoek van het speellokaal. Leg op iedere mat een kleur hoepel, en één grote hoepel in het midden. Elke mat stelt een groep dieren voor. Een groene hoepel stelt bv. de krokodillen voor. Een groepje kinderen zit op iedere mat. In het midden van het speellokaal staat de dierenverzorger. Hij wil graag naar een groep dieren gaan kijken. Hij benoemt welke groep dieren bij wil bekijken. De dieren hebben daar natuurlijk geen zin in, en gaan rennen. Als de dierenverzorger een dier heeft getikt, gaat het dier in de hoepel (het hok) in het midden van het speellokaal staan.
TIP: dit kun je uitbreiden door 2 dierenverzorgers te kiezen en meerdere groepen dieren tegelijk te kiezen. 

 

Kern 2Tikspel. Olifantentikkertje. Er is één tikker die met één hand zijn neus vastpakt en de andere hand door de arm heen steekt zoals de slurf van een olifant. Met deze hand probeert de olifant de kinderen te tikken. Getikt? Dan ben je ook een olifant. 

 

AflsuitingAlle kinderen doen de ogen dicht. 1 kind zoekt een plekje op in de speelzaal. Hij/zij maakt een dierengeluid. De kinderen luisteren waar het geluid vandaan komt en raden welk dier het kind nadoet.

Inleiding: Olifantenrace. Alle kinderen hebben een bal. Ze staan op één lijn. Op het startsein rollen ze de bal met hun neus naar de overkant, over de lijn.

 

Kern 1: Pas op voor de slang! Gebruik een lang touw en beweeg deze over de grond. De kinderen moeten hier overheen springen. Je kunt het moeilijker maken door het touw een stukje van de grond af te houden. 

 

Kern 2: In het speellokaal leg je matten tegen elkaar aan. Eén iemand is de krokodil (tikker) en gaat op de matten zitten. De rest van de kinderen zijn onderzoekers die gaan onderzoeken in de jungle. Af en toe moeten zij wat water drinken, dus gaan ze naar het water. Maar daar ligt de krokodil. De krokodil probeert de kinderen te pakken. Als je getikt bent, ben je ook een krokodil. Het spel is afgelopen als alle kinderen een krokodil zijn. 

 

Afsluiting: Na-apen. Maak een grote kring. Eén kind gaat naar de gang of kijkt even niet. Wijs één kind in de kring aan die bewegingen doet. De rest van de kinderen apen hem/haar na. Het kind dat naar de gang is geweest moet raden welk kind het eerst de bewegingen doet.

 

leuke downloads

woordkaarten thema dieren

Werkboekje thema dieren